Meer dan de helft van de mensen die 65 jaar of ouder zijn
hebben problemen met slapen. Dat uit zich in het lichter slapen, het ’s
nachts meermaals wakker worden, evenals het onvermogen om na het wakker
worden weer in slaap te vallen. Ook wordt men vroeger wakker dan men zou
willen.
Met het
ouder worden is het normaal dat er een vermindering is in het
verstandelijk weten, de verstandelijke kennis. Onderzoek heeft
aangetoond dat een storende slaap bij zowel jong volwassenen als ouderen
moeheid veroorzaakt en ook overdag de verstandelijke prestaties negatief
beïnvloedt.
De pilot
studie van slaaponderzoekers van de Northwestern University suggeert dat
zelfs het kortstondige blootstellen aan een sociale en lichamelijke
activiteit in de ochtend of avond, zowel de verstandelijke prestatie
verbetert in ouderen, als de subjectieve kwaliteit van de slaap.
De
onderzoekers Benloucif en Zee zeggen dat veel veranderingen in de
gezondheid, die te maken hebben met het ouder worden, toegeschreven
kunnen worden aan de (stil-)zittende levensstijl van oudere mensen. Ook
het afbreken van het sociale leven is hierbij een belangrijke factor. De
gevonden bewijzen geven aan dat het onderhouden van sociale
verplichtingen en het vermijden van het sociaal isolement belangrijke
factoren zijn om op hogere leeftijd een verstandelijke vitaliteit te
handhaven. Met de pilot studie wil men gedurende twee weken vaststellen
of een enkele ochtend of avond activiteitenbijeenkomst de slaapfunctie
en de neuropsychologische functie verbetert. En de vraag of deze
effecten afhankelijk zijn van de tijdsbepaling van de bijeenkomst.
Twaalf
mannen en vrouwen in de leeftijd van 67 tot 86 jaar die gepensioneerd
zijn en in woonappartementen leven, deden mee aan het onderzoek. Ze zijn
allen gezond en sommige hebben wel chronische problemen maar zijn verder
medisch stabiel en onafhankelijk in hun doen en laten.
Men moet
14 dagen deelnemen aan een aan gestructureerde activiteiten in de morgen
(9.00 – 10.30u) of in de avond (19.00 – 20.30u). Dit bestaat uit eerst
30 minuten lichte lichamelijke activiteit doen zoals een warming-up met
rekoefeningen of wat aerobics en wat wandelen en stilstaande oefeningen
met het onder- en bovenlichaam. Daarna 30 minuten sociale activiteiten
ondernemen zoals praten tijdens een bordspel of tijdens het kaarten. De
laatste 30 minuten bestaat uit licht tot matige lichamelijke activiteit
zoals snel wandelen, gymnastiek of dansen en de laatste 10 minuten
bestaat uit de cool-down of afkoelperiode.
De
verstandelijke en psychomotorische prestaties zijn aan het begin en aan
het einde van de studie gemeten middels een neuropsychologische
testbatterij. Daarnaast moeten de deelnemers dagelijks hun slaapdagboek
bijhouden met daarin het moment van wakker worden, de gemiddelde slaap,
de dutjes enz. De slaapperiodes worden nagetrokken middels de
polsmonitoren.
De
resultaten tonen aan dat de verstandelijke prestaties met vier tot zes
procent vooruit gaan indien men het kortdurende programma volgt. Ook
geven de mensen aan dat hun slaap verbetert.
De
ochtend activiteiten verbetert de prestatie op vier van de acht
prestatietaken. De avond activiteitenbijeenkomsten verbeteren de
prestaties op zeven van de acht taken. De subjectieve slaapkwaliteit
verbeterde bij zowel de ochtend als de avondbijeenkomsten. Objectieve
slaapmetingen verbeteren niet indien dit gemeten wordt met de actigraph
of polysomnograph.
Literatuur
- Benloucif, S., Orbeta, L.,
Ortiz, R., Janssen,I., Finkel, S., Bleiberg, J., Zee,Ph., Morning or
Evening Activity Improves Neuropsychological Performance and Subjective
Sleep Quality in Older Adults. In: Journal Sleep, V 27
(08):1542-51. Online op